Zitten jullie nog op mij te wachten?

Sandra werkt niet meer aan het bed. Stiekem mist ze het wel een beetje. Ze roept collega's dan ook van harte op ervaringen, vragen, frustraties met haar te delen. Laat jij er een achter in de reacties?
Witte jas
Sandra heeft haar uniform aan de wilgen gehangen en is nu docent verpleegkunde (foto Fotolia).

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik heb jullie in de steek gelaten! Jullie laten zitten met de weekend- en nachtdiensten en de kerstdagen en met Oud en Nieuw. Zorg is nog niet uit mij, maar ik ben wel uit de zorg. Althans, ik draag geen wit meer, ik was geen lijven. Voor mij geen po’s of piepers, geen vies beddengoed. Maar dus ook niet meer de prachtige patiëntengesprekken. Ik ben geen superheld meer. Ik armworstel niet meer met het leven.

Ik ben nu docent. En ik vind het fantastisch. Maar ik moet een beetje zoeken om mijn eigen waarde hier. Als je geen levens redt, ben je dan nog van belang? Ja, natuurlijk zijn ook docenten heel belangrijk. In mijn geval voor de stevige basis van wat straks jullie collega’s worden. Maar het voelt anders…

Ik worstel tegenwoordig alleen nog met mijn eigen gevoelens. Ik mis mijn patiënten. En ik mis ook een beetje dat ik ongeveer alles wist en kon. Nu ben ik nieuw en onderaan begonnen. Dat zocht ik juist: weer uitdaging, maar deze rol van onzekerheid en meer vragen dan antwoorden is even wennen.

En ik heb echt heel lieve, nieuwe collega’s, hoor, maar ik mis ook de ‘ouwe’. De mensen die me door slijk en ellende heen hielpen en viezigheid met me weglachten. Hun zure en een tikkeltje foute grappen, zoals alleen mensen in de zorg dat kunnen, volgens mij.

Ach, ik stap het vol vertrouwen tegemoet. Ik ga hier groeien, opstijgen, mooie vluchten maken. Ik ga lesgeven, inspireren, vermaken en ook zelf een hoop leren. En ondertussen herinnert iedereen mij er aan dat ik over een paar weken alwéér vakantie heb, kerst én Oud en Nieuw vrij ben en alle weekenden… En daarin voel ik me dus een beetje de afvallige. Dat voor mij al dat vrij-zijn nu vanzelfsprekend is, terwijl jullie de weekenden en avonduren moeten werken.

Ik was bang dat ik juist de vrije maandagen zou missen of de gezelligheid van een samenwerken in het weekend. Dat regelmaat zou gaan vervelen. Nu ben ik net pas begonnen, dus ik kan nog tweeëntwintig keer van mening veranderen. Maar voor nu merk ik dat ritme me goed doet. Ik sport (moet ook wel, want ik mis de werkkilometers behoorlijk)! Maar discipline en zelfzorg blijken een stuk gemakkelijker met een ritme.

Iemand vroeg me of ik eind november mee kon naar iets leuks. ‘Dat weet ik nog niet’, was mijn ingebakken reactie. Maar ik weet nu immers voor de komende maanden en maanden precíes wanneer ik werk. Ik heb nooit moeite gehad met de onregelmatigheid (behalve die verschrikkelijke nachtdiensten). Ik dacht eigenlijk dat ‘onregelmatigheid’ helemaal mijn ding was. Nu blijkt regelmaat ook heel comfortabel. Voor mij, althans.

Dus lieve collega’s, het spijt me dat ik jullie met al dat andere laat zitten. Maar ik blijf de verpleegkunde trouw en zal altijd bij dat ziekenhuis horen. Daar werkt mijn familie, daar ligt mijn basis. Hoe verder ik ervan wegdrijf, hoe meer respect ik voel voor jullie; mijn collega’s, de kanjers, levensredders, superhelden, alleskunners, strijders.

Ik ben bang dat ik het ga verliezen, mijn flexibiliteit, mijn goede conditie, mijn snelle benen, mijn kop vol kennis, mijn figuur, mijn daadkracht.  We zullen zien… Zitten jullie hier eigenlijk nog wel te wachten op mijn woorden? Ik zou kunnen schrijven over verpleegkundigen in opleiding, de details van de theorie achter ons fantastische vak, actualiteit, de toekomst en het verleden van verplegen.

Misschien hebben jullie wel mooie verhalen voor me. Ervaringen, vragen, frustraties, waar ik hier wat mee kan. Laat gerust van je horen!

6 REACTIES

  1. Wat een mooie blog Sandra. Zo ontzettend herkenbaar, nu ik een jaar door ziekte niet heb kunnen werken in de zorg en bijvoorbeeld ook ineens regelmatig werk. Lieve collega’s die nog wel dag in, dag uit in de zorg staan: jullie zijn fantastisch en jullie werk wordt zo onderschat. Inderdaad, de foute grappen, de kilometers tijdens elke dienst, het altijd maar doorgaan (zelfzorg, wat was dat ook alweer?)… Het verschil is zo groot met regelmatige 8-5 banen, oef. O, en Sandra? Blijf vooral schrijven!

  2. Lees alle reacties
  3. Na 25 jaar aan het bed te hebben gewerkt heb ik nu een verpleegkundige functie op de poli, met bijbehorende gespecialiseerde opleiding. Ontzettend leuk werk, nieuwe uitdagingen, veel leren en gelukkig nog steeds met echte patienten werken. Maar o wat is het herkenbaar! De regelmaat is heerlijk, maar er speelt hier geen leven of dood, geen acute situaties die snel actie behoeven, de humor is hier toch wat minder “fout”. Dus ja, ik mis soms de charme van het echte verplegen aan het bed.

  4. Wat let je om met Kerst-en Oud en nieuw via een uitzendbureau even wat diensten te draaien.Ben je toch nog solidair.
    Ik kom dat wel vaker tegen; verpleegkundigen die een kantoorfunctie hebben bemachtigd en een lange neus naar de achterblijvers trekken. Niet letterlijk natuurlijk,maar een beetje vilein, “oh wat is het toch een prachtig vak”, of wat mis ik dit of dat,maar intussen feliciteren ze zichzelf dat ze om half negen rustig aan een bureautje aan de koffie zitten,in plaats van al een uur buffelen op een verpleegafdeling.

    • Henriette je hebt gelijk. Ik heb voor 4 jaar lang nachtdiensten gedraaid. Soms van 22.00 uur tot 08,00 uur maar je moet om 21.30 uur aanwezig zijn. Soms was het 12 uur nachtdienst en soms zelfs 24 uur dienst. Ik heb wel een slaap probleem opgelopen en moet eigenlijk slaaptabletten nemen. Maar ik heb altijd JA gezegd voor diensten omdat iemand ziek werd of omdat er niemand anders was. 3 x kerst nachtdiensten gedaan omdat ik geen kinderen heb. Maar zelfs met mijn vrijwilligers werk in een dierenasiel heb ik kerst gedaan. Iedereen had een excuus dat kinderen en kleinkinderen kwamen en mijn reactie was: “wat is beter om kleinkinderen dieren asiels te laten zien met de Kerst”. Dus ook dierenliefde is onderhevig aan het moment.

      Mijn mooiste kerst was in het dierenasiel. Ik deed de katten en na het werk van voeden en schoonmaken zat ik op een stoel in de zon (Portugal) in de kattentuin en een voor een kwamen de katten naar mij toe. Een kerkklok luidde in het dorp en de dieren zaten op mijn schoot of aan mijn voeten. Vrede op aarde…
      Je gaat ergens voor of niet.

  5. Sandra,

    In het eerste jaar van de opleiding mbo-verpleegkunde die ik heb gevolgd heb ik n.a.v. jouw blogs, het boek ‘achter het bedgordijn’ aangeschaft. Na die tijd ben ik jouw blogs altijd blijven lezen. En inmiddels zit ik in het derde jaar van de hbo-v opleiding ;). De manier waarop je schrijft is ontzettend leuk en boeiend. Ook de verhalen van jou als docent lijken mij erg leuk! Blijf vooral schrijven! En vergeet vooral niet dat jij voor velen ook een kanjer, levensredder, superheld, alleskunner en strijder bent 🙂

    Hartelijke groeten, Amber.

  6. Ik mis het totaal niet meer. Ik sta deels nog wel aan bed maar kan mijn eigen agenda delen als wijkverpleegkundige en casemanager dementie. Nee, ik ben niet zo’n groepsdier als het gaat om klinisch te werken. Je hebt zoveel minder vrijheid. Geef mij de wijkverpleging maar. Daarbij vind ik dat de zorg klinisch zo star zijn in het onregelmatig moeten werken. Ik kon bijvoorbeeld echt niet tegen nachtdiensten. Ik had geen medische reden maar ik was daarna dagen ziek van die nachtdiensten. Je kaart dit aan en dan wordt doodleuk gezegd dat je dan maar niet daar moet werken. Nee geen klinische setting meer en geen nachtdiensten. Als ik dat weer zou moeten doen houdt de zorg echt op voor mij.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.