Patiënt in thuisisolatie? Zo verpleeg je hem

Als je als verpleegkundige bij iemand moet zijn die in thuisisolatie zit, wat dan? Nursing selecteerde de belangrijkste punten uit het nieuwe protocol over thuisisolatie bij het coronavirus.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Het protocol voor thuisisolatie van patiënten besmet met het coronavirus Covid-19 uitgegeven door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Beeld: ANP

> Deze informatie komt uit het protocol thuisisolatie van het RIVM. Bekijk hier het volledige protocol.

Patiënten die verdacht worden met SARS-CoV-2 geïnfecteerd te zijn, maar die verder niet ernstig ziek zijn, kunnen thuisisolatie verblijven als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De huisarts bepaalt of de patiënt gezien het klinisch beeld thuis kan blijven. De arts infectieziektebestrijding bepaalt of de gezondheidstoestand en de thuissituatie van de patiënt zich leent voor thuisisolatie.

Nursing volgt de ontwikkelingen rondom het nieuwe coronavirus op de voet. Hier vind je alle Nursing-artikelen over het coronavirus op een rijtje.

Voorwaarden voor thuisisolatie

Een voorwaarde voor thuisisolatie is dat de patiënt in staat moet zijn om voor zichzelf te zorgen (dit betreft de ADL-functies) en dat contact tussen de patiënt en huisgenoten (zo veel mogelijk) kan worden vermeden. Hierbij houdt de arts infectieziektebestrijding tevens rekening met de medische situatie van de patiënt en de huisgenoten. Ook bekijkt de arts in hoeverre kennis en gedrag van patiënt en huisgenoten thuisisolatie toelaat. Het kan soms raadzaam zijn dat huisgenoten (bijvoorbeeld kinderen) tijdens de isolatieperiode elders verblijven.

Regels bij thuisisolatie?

Bij thuisisolatie moet de patiënt, eventuele huisgenoten en bezoekers zoals de huisarts zich aan bepaalde regels houden. Zo moet de patiënt een chirurgisch mondneusmasker dragen als hij gemeenschappelijke ruimtes betreedt en moeten huisgenoten en bezoekers (de huisarts of mensen van de GGD) een FFP-1 mondneusmaskers dragen als zij zich in dezelfde ruimte bevinden.

Wat moet je doen als verpleegkundige in de wijk?

Bij zorgverlening van een patient betekent het dat jij als verpleegkundige langer (>15 minuten) in nauw (<2 meter) contact moet zijn met de patiënt.  Daarbij moet je gebruikmaken van een FFP-2 neusmondmasker. Dit masker moet goed aan het gezicht aansluiten. Na het plaatsen van het masker mag het masker niet meer worden aangeraakt. Raakt het masker vervuild, dan moet het worden vervangen. Na gebruik wordt het masker in een afvalzak gegooid en wordt direct handhygiëne toegepast.

Wat is het verschil tussen een FFP1- en een FFP2 neusmondmasker? Je leest het in het artikel ‘Neusmondmaskers: dit moet je weten’.

Je draagt wegwerphandschoenen bij:
• Al het contact met de patiënt of de directe omgeving van de patiënt, na het betreden van de ruimte waarin de patiënt verblijft en tijdens het schoonmaken van alle oppervlakken en ruimtes die gebruikt worden door de patiënt;
• Het omgaan met wasgoed, vaat of afval en bij contact met alle materialen waarmee de patiënt in aanraking is geweest;
• Vermijd contact met ontlasting en lichaamsvloeistoffen. Gooi al het afval dat in aanraking is geweest met de patiënt in een aparte afvalzak in de kamer van de patiënt. Draag handschoenen bij het verwijderen van de afvalzak en voer het af met de rest van het huishoudelijk afval;
• Gooi wasgoed dat in aanraking is geweest met de patiënt of in de directe omgeving in een aparte wasmand. Was handdoeken, beddengoed en kleding (indien mogelijk) op minimaal 60°C met een volledig wasprogramma en normaal wasmiddel. Laat het wasgoed goed drogen in een droogtrommel of aan de waslijn. Draag handschoenen bij het behandelen van wasgoed en pas daarna handhygiëne toe. Door de patiënt gebruikte vaat moet gescheiden worden afgewassen met standaard afwasmiddel en heet water, of in de vaatwasmachine op een uitgebreid wasprogramma;
• Door de patiënt gebruikte vaat moet gescheiden worden afgewassen met standaard afwasmiddel en heet water, of in de vaatwasmachine op een uitgebreid wasprogramma.

Duur van de isolatie

De duur van de isolatie wordt vastgesteld door de arts infectieziektebestrijding van de GGD. Bij isolatie in verband met verdenking op COVID-19 infectie duurt de isolatie totdat bekend is dat de uitslag negatief is. Bij een bewezen COVID-19-infectie is isolatie aangewezen totdat de patiënt volledig klachtenvrij is (minimaal 24 uur).

Heb je nog meer vragen over thuisisolatie? Laat het ons weten op nursing@bsl.nl o.v.v. thuisisolatie 

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.