Palliatieve sedatie: ‘Observeer symptomen in plaats van slaap’

Vraag je bij palliatieve sedatie niet af hoe diep de patiënt in slaap is, maar of hij nog last heeft van zijn symptomen. Dat adviseert specialist ouderengeneeskunde Rogier van Deijck, die dit jaar promoveerde op het onderwerp palliatieve sedatie.
0_imago64578721h.jpg
Bewustzijnsverlaging is het mechanisme van palliatieve sedatie

Om te bepalen of palliatieve sedatie werkt, wordt vaak de vraag gesteld of de patiënt diep genoeg in slaap is. Maar dat is niet de belangrijkste vraag, stelt specialist ouderengeneeskunde Rogier van Deijck in zijn proefschrift over continue palliatieve sedatie. Veel verpleegkundigen zien alleen diepe sedatie als ‘echte sedatie’.* Ook in de richtlijn Palliatieve Sedatie van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG)** wordt een ‘sedatiescore’ genoemd om de toestand van de gesedeerde patiënt vast te leggen. Die score loopt van ‘wakker en georiënteerd’ tot ‘ontbreken van basale hersenfuncties’.

Wil jij je kennis over palliatieve zorg bijspijkeren? Schrijf je dan nu in voor het Palliatieve Zorg Congres op 19 september en leer alles over o.a. palliatieve pijnbestrijding, advance care planning en palliatief redeneren. 

Symptomen zijn uitgangspunt

Het bewustzijn verlagen is echter niet het doel van palliatieve sedatie, maar het middel. ‘Palliatieve sedatie is bedoeld om comfort te bieden’, licht Van Deijck’s copromotor en oncoloog Stans Verhagen toe. ‘Daarom zou je moeten kijken of de patiënt comfortabel genoeg is, en niet of hij diep genoeg in slaap is.’ Ook dat komt terug in de KNMG-richtlijn, die stelt dat de symptomen uitgangspunt moeten zijn voor evaluatie van de sedatie. Een patiënt die nog kan communiceren, kun je uiteraard naar de symptomen vragen, maar bij patiënten die diep gesedeerd zijn ben je afhankelijk van observaties.

Verpleegkundige krijgt vage instructies

Wat verpleegkundigen dan precies moeten observeren bij gesedeerde patiënten, is in de praktijk niet altijd even duidelijk. Afspraken en communicatie hierover laten te wensen over, bleek uit onderzoek onder artsen en verpleegkundigen.* ‘De verpleegkundige krijgt veelal vage instructies, bijvoorbeeld om te bellen wanneer de patiënt niet comfortabel genoeg is’, weet Verhagen. ‘Beter is het om concrete afspraken te maken: voor welke symptomen wordt de patiënt gesedeerd, en bij welke veranderingen moeten we verhoging van de sedatie overwegen?’

Samen met specialist ouderengeneeskunde Margot Verkuylen zet Nursing vijf feiten en hardnekkige fabels op een rij. Lees meer >>

Wat te observeren?

Voor de diepte van sedatie bestaan wel observatieschalen, maar er zijn nog geen schalen die specifiek discomfort meten bij palliatieve sedatie. Van Deijck gebruikte daarom een schaal die van oorsprong bedoeld is voor mensen niet meer aanspreekbaar zijn vanwege Alzheimer (de DS-DAT, Discomfort Scale Dementia of Alzheimer Type). Die schaal meet wat je kunt zien, zoals grimassen, kreunen, of gespannen in bed liggen.

Rochelen hoeft niet vervelend te zijn

De toepassing van de DS-DAT bij palliatieve sedatie moet nog beter onderzocht worden, waarschuwt Van Deijck in zijn proefschrift. ‘We weten bijvoorbeeld nog niet of het afkappunt dat bij Alzheimer wordt gehanteerd om te bepalen of iemand oncomfortabel is, ook klopt voor palliatieve sedatie’, vult Verhagen aan. ‘Ook is het niet duidelijk of alle items nuttig zijn. Rochelen wordt nu bijvoorbeeld gescoord onder hoorbare ademhaling, maar dat betekent niet dat de patiënt oncomfortabel is. Toch is de DS-DAT een goede leidraad totdat er meer onderzoek is gedaan.’

1 Brinkkemper T, Palliative Sedation in the Netherlands, current practice and evaluation of tools for assessing depth of sedation, 2013,  Vrije Universiteit Amsterdam.
2 Richtlijn Palliatieve sedatie, 2009, KNMG, beschikbaar op www.pallialine.nl.
3 Van Deijck R, Continuous palliative sedation: determinants, practice and outcome, 2017, Radboud Universiteit Nijmegen. 

3 REACTIES

  1. Ik werk al geruime tijd in een technologisch team in de thuiszorg. Wat nog steeds erg opvalt is dat de klanten en familie er bijna altijd vanuit gaat dat de palliatieve sedatie gaat om het gaan slapen om niet meer wakker te worden. Er zijn zelfs huisartsen die blijven beloven aan klanten dat zij niet meer wakker zullen worden.
    Hier ligt dan een verwachting die soms heel lastig te doorbreken is als je bij de klant in huis komt.
    Vanuit ons team leggen we naar de huisarts neer dat het gaat om het refractair symptoom dat bestreden gaat worden. Veel artsen begrijpen dat goed maar werkelijk, er zijn huisartsen die niet eens weten waar die term voor staat….
    En dan heb ik het nog niet eens over de huisartsen die deze zorg laten inzetten waarbij bij opstart blijkt dat het een soort van verkapte euthanasie moet worden.
    Op dat vlak valt er nog een hele hoop op te voeden en te halen voordat er werkelijk vooral geëvalueerd wordt op de symptomen.

  2. Lees alle reacties
  3. Waarom wordt er in de observatie fase van palliatieve fase geen gebruik gemaakt van het zorgpad stervensfase van de IKNL?
    Hierin staat alles goed uitgelegd en wordt de situatie objectief beoordeelt.
    Het zorgpadtraject
    Het zorgpad bestaat uit 3 delen:
    * Beoordeling van de patiënt aan het begin van de
    stervensfase.
    Dit zou aangepast kunnen worden naar het begin van de
    sedatie.
    * Beoordeling van patiëntgebonden problemen: registratie
    van symptoomlast en interventies.
    * Overlijden en zorg na overlijden.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.