Tips & trucs uit nieuwe richtlijn Ondervoeding

In tegenstelling tot de oude, is de nieuwe richtlijn Ondervoeding ook gericht op verpleegkundigen. Sterker nog: twee verpleegkundigen schreven eraan mee. Tips en trucs uit de richtlijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Sondevoeding verpleegkundigen.
Verpleegkundigen maken sondevoeding klaar. Foto: Wim van Ophem.
Definieer ondervoeding

Al een aantal jaar is het internationaal een twistpunt: aan welke criteria moet een patiënt voldoen om te kunnen spreken van ondervoeding? De stuurgroep Ondervoeding, opstellers van de nieuwe richtlijn, heeft als eerste partij stelling genomen en houdt voorlopig (tot nieuwe wetenschappelijke inzichten) de volgende criteria aan: BMI < 18,5 (18-69 jaar) en BMI < 20 (≥70 jaar), en/of onbedoeld gewichtsverlies van >10% in zes maanden, en/of onbedoeld gewichtsverlies van >5% in een maand.

Signaleer op tijd

Stuurgroeplid en diëtist-onderzoeker dr. Ir. Hinke Kruizenga van het VUmc benadrukt het belang van vroege herkenning. ‘Als stuurgroep zijn we nu tien jaar bezig met ondervoeding en we zien dat het probleem echt veel beter wordt onderkend. Nu zetten we in op snellere herkenning en preventie: er zijn veel screeningsinstrumenten voor vroege herkenning die meer benut kunnen worden door verpleegkundigen. Ook bij slikklachten en verminderde eetlust kun je als verpleegkundige al inspringen en preventief optreden tegen ondervoeding’, zegt zij. Voorbeelden van die screeningsinstrumenten, ook in de richtlijn te vinden, zijn de MUST, Mini Nutritional Assessment en de SNAQ.

‘Laat verpleegkundigen het nut inzien van afvinklijstjes’, concludeert een promovenda en ic-verpleegkundige.

Kritisch zijn in palliatieve fase

In de nieuwe editie van de richtlijn Ondervoeding is meer dan in de vorige aandacht voor voeding in de palliatieve fase. ‘Stel jezelf steeds de vraag: hoe belangrijk is voeding in welk stadium? In de praktijk zie ik vaak dat sondevoeding bijvoorbeeld niet wordt gestart bij radio- of chemotherapie, omdat dit te belastend is voor de patiënt. De vraag is echter: weegt dat besluit wel op tegen de slechte voedingstoestand van de patiënt, wat óók invloed heeft op zijn situatie?’, schetst Kruizenga. ‘Andersom geldt dit ook: wat als familie blijft insteken op voeding, terwijl afscheid nemen nu aan de orde is?’ De nieuwe richtlijn geeft handvatten in dergelijke kwesties.

Ga voor beweging

Nieuw in de richtlijn is het thema voeding en beweging, met name bij ouderen. De richtlijn bevat een aantal wetenschappelijke onderbouwingen voor het belang van beweging voor de gezondheid. ‘Tijdens een ziekenhuisopname lijkt het verhogen van de fysieke activiteit lastig’, zegt Kruizenga. ‘Maar het is goed om te beseffen dat de kleinste inspanning al voor een verhoging in de eiwitsynthese zorgt en het verlies van spiermassa tegengaat. Uit observationeel onderzoek blijkt dat het verhogen van de dagelijkse fysieke activiteit van vier naar zestien minuten de ziekenhuisopname al met een dag kan verkorten.’

Ga hier naar de nieuwe richtlijn Ondervoeding.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.