Tips: zo zorg je dat je patiënt de medicatie inneemt

Een ruime meerderheid van de verpleegkundigen en verzorgenden (85%) heeft in het werk te maken met patiënten die hun medicijnen niet goed gebruiken, blijkt uit onderzoek van NIVEL. Deze tips helpen je therapietrouw te bevorderen.

Het is belangrijk dat de patiënt zonder schaamte of schuldgevoel over therapietrouw kan praten. Foto: iStock

  • Maak het bespreken van het innemen van de medicijnen tot een vast onderdeel, elke keer als je contact met de patiënt hebt. Literatuuronderzoek laat zien dat patiënten van een goed communicerende zorgverlener een 19% lager risico op therapieontrouw hebben
  • Shared decision making bevordert de therapietrouw. Overleg met de patiënt wat zijn ideeën zijn over het tackelen van de obstakels bij therapietrouw. Zou het helpen als de vorm van de medicatie, de textuur, of het tijdstip van inname aangepast wordt? Zijn er belemmerende en bevorderende factoren ?. Wanneer lukt het wel? En wat zijn de obstakels? Ziet de patiënt bijvoorbeeld op tegen de bijwerkingen? Probeer hier dan samen een oplossing voor te zoeken. Vraag daarbij door: in de eerste instantie kan de patiënt zeggen dat medicatie-inname goed gaat. Maar als je doorvraagt, kan blijken dat de patiënt bijvoorbeeld niet goed geïnformeerd is over de frequentie van de inname.
  • Zorg voor een vertrouwelijke sfeer: om te achterhalen of een patiënt wel of niet therapietrouw is, is het belangrijk om een sfeer van vertrouwen te creëren. Zo kan de patiënt zonder schuldgevoel of schaamte praten over zijn ervaringen en eventuele problemen met het medicijngebruik vertellen. Dus luister goed, kijk de patiënt aan, laat zo nu en dan stiltes vallen en vraag door naar zijn leefsituatie.
  • Stel open, niet sturende vragen: de patiënt voelt meer ruimte om ideeën en gevoelens over het medicijngebruik te delen wanneer je open vragen stelt. Want op een gesloten vraag is het voor de patiënt moeilijker om een ontkennend antwoord te geven.
  • Wees alert op signalen: let op zijdelingse opmerkingen zoals ‘Ik slik liever helemaal niets’, of ‘Het is toch allemaal rotzooi’. Dit kunnen aanwijzingen zijn dat de patiënt zich zorgen maakt en risico op therapieontrouw loopt. Vraag hierop door. Vervolgens kun je misvattingen van de patiënt ontkrachten, bijvoorbeeld over mogelijke schade die de medicatie het lichaam toebrengt, of dat de patiënt afhankelijk zou worden van medicatie.
  • Maak onderscheid tussen bewuste en onbewuste therapieontrouw: bewuste therapieontrouw betekent dat de patiënt met opzet niet de medicatie trouw inneemt. Probeer hierbij de redenen te achterhalen. Hierbij kun je gebruikmaken van motivational interviewing. Onbewuste therapietrouw kun je achterhalen door de patiënt te vragen of hij zijn medicatie al heeft ingenomen en hoe hij ervoor zorgt dat hij het niet vergeet. Verpak in dat laatste geval, de geneesmiddelen in speciale geneesmiddelenpotten, weekdozen, verpakkingen voor eenmalig gebruik met daarbij eventueel onderscheid in dag, dagdeel en tijdstip. Raad mensen aan een wekker te zetten.
  • Laat de patiënt de afspraken rondom medicatie-inname herhalen, om te checken of hij alles heeft begrepen.

De meeste verpleegkundigen (85%) hebben in het werk te maken met patiënten die hun medicijnen niet goed gebruiken. Lees meer >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.