‘Vocht toedienen overbodig bij contrastvloeistofonderzoek’

In tegenstelling tot wat internationale richtlijnen stellen, is preventief vocht toedienen om de nieren te beschermen bij contrastvloeistofonderzoek overbodig. Dat concluderen onderzoekers van Maastricht UMC op 20 februari in The Lancet.
0_SPL_11838368_HiRes.png
'Als contrastvloeistof goed wordt toegediend

Uit het onderzoek van het MUMC bleek dat het voor de nierfunctie geen verschil maakte of patiënten met verminderde nierfunctie vocht toegediend kregen voorafgaand aan onderzoek met contrastvloeistof (zoals een CT-scan). Wel ondervond een klein deel van de patiënten complicaties (waaronder hartklachten) door de vochttoediening.

Weinig nut

‘We moeten kritisch kijken naar de richtlijn om preventief vocht  toe te dienen bij contrastvloeistofonderzoek’, stelt hoofdonderzoeker Estelle Claire Nijssen. ‘Patiënten moeten er een aantal uren tot dagen voor worden opgenomen, terwijl het weinig nut lijkt te hebben en zelfs complicaties kan veroorzaken.’ Door niet meer preventief vocht toe te dienen zou volgens het MUMC in Nederland 50 tot 100 miljoen euro per jaar kunnen worden bespaard. 

Opvolgen of niet

Het MUMC-onderzoek is tot nu toe het enige onderzoek waarin patiënten geen intraveneus vocht toegediend kregen bij contrastvloeistofonderzoek. Voorlopig dienen verpleegkundigen de geldende richtlijnen om extra vocht toe te dienen dus nog wel op te volgen, als dat het beleid is van het ziekenhuis. Volgens Nijssen kunnen zij wel extra in de gaten houden of patiënten misschien contra-indicaties hebben die intraveneuze vochttoediening riskanter maken.

Moet je toch intraveneus vocht toedienen, lees dan deze tips voor hoe je moeilijk vindbare aders kunt prikken. 

Veilige toediening

In het MUMC-onderzoek bleek dat er uitsluitend een laag-toxische contrastvloeistof werd gebruikt. Het contrastmiddel werd altijd eerst voorverwarmd tot lichaamstemperatuur, en de hoeveelheid werd individueel aangepast. Dat deze manier van contrasttoediening effectief en veilig blijkt te zijn, ook voor patiënten met verminderde nierfunctie, is volgens Nijssen een van de belangrijkere boodschappen van haar onderzoek.

Over het onderzoek

In twee jaar tijd deden 660 patiënten met een verminderde nierfunctie (eGFR < 59 ml/min.) mee aan de studie. Zij kwamen voor uiteenlopende onderzoeken met contrastvloeistof naar het ziekenhuis. Patiënten op de spoedeisende hulp en de intensive care werden niet meegenomen in het onderzoek. Ongeveer de helft kreeg intraveneus vocht toegediend, de andere helft niet. In beide groepen trad er bij ongeveer 2,5 procent van de patiënten een acute daling van de nierfunctie op. 
Patiënten met een erg slechte nierfunctie (eGFR < 30 ml/min.) zijn in dit onderzoek niet meegenomen. Nijssen: ‘Dat is een klein deel van de bevolking, naar schatting zo’n 0,5%. Voor die mensen zouden we nog moeten kijken of vochttoediening zinvol is.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.