Wijkverpleegkundigen: ‘Zorgval groter probleem dan gedacht’

De schotten tussen de drie financieringsvormen belemmeren volgens wijkverpleegkundigen het zelfstandig thuis wonen. Ze kunnen de zorg niet altijd meer rondkrijgen. Dinsdag stuurde minister De Jonge van VWS de Tweede Kamer een brief over deze 'zorgval'.
Wijkverpleegkundige
foto: Arno Massee

De zorgval treedt op als een oudere met dementie meer hulp nodig heeft, maar juist minder krijgt. In de brief schrijft minister De Jonge voor de zomer te komen met oplossingen, maar zegt op voorhand dat uitbreiding van uren zorg niet voor de hand ligt. In de brief staat verder dat de zorgval vooral speelt bij ouderen die op de wachtlijst staan voor het verpleeghuis. Zodra zij op de wachtlijst komen, wordt hun zorg namelijk betaald uit de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor ze uren zorg moeten inleveren.

In de knoop

Wijkverpleegkundigen vertellen in Nursing januari dat het probleem meer omvat dan dat. Zo komen wijkverpleegkundigen regelmatig in de knoop met het maximum aantal uren in de Zorgverzekeringswet. ‘In theorie is dat maximum er niet maar in de praktijk worden er afspraken over gemaakt’, signaleert een wijkverpleegkundige in Nursing. ‘Daar zitten ook administratieve taken bij als zorgleefplanbesprekingen en bij veel zorgbehoefte zit je zo aan de norm.’ Dreigt overschrijding, dan wordt ze door de zorgverzekeraar aangespoord om cliënten een aanvraag voor de Wet langdurige zorg (Wlz) te laten doen. ‘Vanuit de Wlz mogen wij meestal minder uren thuiszorg leveren, omdat de budgetten voor diezelfde zorg in de Wlz een stuk lager liggen. Bovendien moeten in de Wlz ook de huishoudelijke hulp en de begeleiding uit datzelfde potje komen.’ Soms lukt de verzorging thuis dan niet meer.

Van kastje naar muur

‘Ik merk dat gemeenten en zorgverzekeraars regelmatig klanten richting Wlz sturen’, zegt ook José van Dorst, tot voor kort voorzitter van de vakgroep Wijkverpleegkundigen V&VN en medeoprichter van de Stichting Bevordering Wijkverpleegkunde. Het zijn de schotten tussen de drie financieringsvormen (Wlz, zorgverzekeraars en gemeenten) die volgens haar het zelfstandig thuis wonen belemmeren. Van Dorst geeft het voorbeeld van een vrouw die ondersteuning vraagt bij het huishouden, zodat ze haar man met cva zelf thuis kan verzorgen. ‘De gemeente weigert, want die vindt het een ‘wlz-situatie’. Die wlz-indicatie komt er niet, omdat het daarvoor thuis nog te goed gaat. Wel kan de vrouw via de zorgverzekering hulp bij de verzorging krijgen, maar die kan en wil ze nou juist zelf doen.’
De Nederlandse Zorgautoriteit signaleert hetzelfde in de Monitor Effecten langer thuis wonen: ‘Voor specifieke zorgbehoeften is niet altijd duidelijk vanuit welk domein de zorg geleverd moet worden. Dit leidt tot van-het-kastje-naar-de-muurgedrag tussen gemeenten, zorgverzekeraars en het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ).’
Bovendien maakt de hoge eigen bijdrage voor de Wlz dat sommige klanten afzien van een beroep op de Wlz, maar niet toekomen met de zorg die ze van de zorgverzekeraar krijgen. ‘Tel daarbij op de bezuinigingen op huishoudelijke hulp, respijtzorg, dagbesteding en begeleiding,’ vervolgt José van Dorst. ‘Allemaal factoren die bijdragen tot onhoudbare situaties thuis waarbij wijkverpleegkundigen de zorg niet meer rond kunnen krijgen.’

Lees het hele artikel Thuis Best? Grenzen van verantwoorde zorg.  

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.