Ze zijn er: nieuwe criteria voor vaststellen ondervoeding

Het is lang een twistpunt geweest, maar nu is er internationaal overeenstemming over de criteria van ondervoeding. Ze zijn opgenomen in de nieuwste multidisciplinaire Richtlijn Ondervoeding.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
ondervoeding

De criteria zijn gepubliceerd door de Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM) en gelden nu wereldwijd als dé criteria om vast te stellen of iemand ondervoed is. Dit gebeurt volgens de nieuwste richtlijn van de Stuurgroep Ondervoeding door eerst te screenen op ondervoeding met een gevalideerd instrument, zoals de Must, MNA-SF en de SNAQ. Bij een verhoogd risico is de tweede stap om ondervoeding vast te stellen en ook de mate daarvan (matig of ernstig). In deze stap zijn de nieuwe criteria vanaf nu leidend.

Criteria

Van ondervoeding is sprake als een patiënt voldoet aan ten minste één van de fenotypische (kenmerkende) criteria en minstens één van de etiologische criteria (oorzaken). De fenologische criteria zijn: onbedoeld gewichtsverlies (>5 procent in de afgelopen 6 maanden of >10 procent in een periode langer dan 6 maanden), lage BMI (<20 bij <70 jaar of <22 bij >70 jaar) of verminderde spiermassa (vastgesteld met gevalideerde methode of alternatieve meting). De etiologische criteria zijn: verminderde voedingsinname of -opname (>1 week <50 procent van de energiebehoefte of > 2 weken verminderde inname/opname of een chronische maagdarmaandoening die opname/inname beïnvloedt) of ziektelast/inflammatie (acute ziekte of trauma, of chronische aan ziekte gerelateerde inflammatie).

Nursing legde jullie voedingsvragen voor aan deskundigen: lees hier antwoorden

Risico-indicatoren

Deze criteria vervangen de risico-indicatoren zoals die tot nu toe in Nederland geldend waren. De Stuurgroep Ondervoeding nam hierover in de zomer van 2017 stelling in, omdat er internationaal maar geen duidelijkheid ontstond over de criteria om ondervoeding vast te stellen. De risico-indicatoren voor ondervoeding waren toen: een BMI <18,5 (18-69 jaar) en BMI <20 (≥70 jaar) en/of onbedoeld gewichtsverlies van >10 procent in 6 maanden en/of onbedoeld gewichtsverlies van >5 procent in een maand.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.