11 tips voor meer verpleegkundig werkplezier

Driekwart van de verpleegkundigen lijdt fysiek of privé onder de werkdruk, blijkt uit onderzoek van V&VN. Arbeids- en organisatiepsycholoog Erwin Klappe geeft trainingen aan verpleegkundigen om meer plezier in je werk te krijgen, en je hiermee weerbaar te maken tegen een burn-out. Hij geeft tips voor meer werkplezier.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Arno Massee
  1. Herinner jezelf eraan waarom je verpleegkundige wilde worden: ‘Er zijn drie lagen belangrijk in het hervinden van werkplezier. De eerste is: hoeveel plezier heb je in je werk? De tweede: haal je er voldoening uit. Dus kun je je talenten en kwaliteiten volledig inzetten? Het laatste onderdeel : zingeving. Dus heb je het idee dat je  bijdraagt aan iets groters dan jezelf, help je anderen, kun je je idealen waarmaken? Veel verpleegkundigen zijn ooit begonnen met een duidelijk gevoel van zingeving: de kwaliteit van leven van patiënten zo hoog mogelijk krijgen. Langzamerhand is er een stoflaag op dit gevoel gekomen, omdat verpleegkundigen klussen moeten doen waarvoor ze niet getekend hebben: schoonmaken, administratie, kortom: dingen die niet direct patiënt gerelateerd zijn. Het is belangrijk om dat eerste gevoel te hervinden.’
  2. Klaag minder: ‘Als ik verpleegkundigen vraag om de grootste energiezuigers op een rij te zetten, dan staat klagende collega’s met stip bovenaan. Dat klagen werkt aanstekelijk. Niemand vindt het leuk, maar toch doen veel mensen het. En door klagen verandert de situatie niet. Stap uit de slachtofferrol, accepteer de realiteit en probeer pro-actief iets aan het probleem te doen. Zo was er een verpleegkundige die zich niet gehoord voelde in de vergadering. Je kunt dan sippen, maar je kunt ook een rondje maken onder je collega’s om te vragen waar het aan ligt. Klaag je over een situatie waar je niet veel aan kunt veranderen, dan is acceptatie het sleutelwoord. Dus: kun je de situatie veranderen, doe er dan iets aan. Zo niet, laat het los.’
  3. Spreek klagende collega’s aan: ‘Je kunt misschien zelf besloten hebben om niet meer te klagen, maar dan kunnen je collega’s nog veel energie slurpen door te klagen. Je kunt hen het goede voorbeeld geven door de focus op positieve dingen te leggen, maar je kunt hen ook op hun gedrag aanspreken. Dat doe je door de ‘ik zie, ik denk, ik voel’-regel. Dus: ‘Ik zie dat je veel klaagt. Ik denk daarbij: wat vervelend dat ze geen plezier in haar werk heeft. En ik voel dat dat ook mij energie kost.’ Door je collega een spiegel voor te houden, kan haar gedrag wellicht veranderen.’
  4. Zet op een rij wat energie geeft en wat energie vreet: ‘Dit kun je op geeltjes schrijven en op een zogenaamde “klaagmuur” en “sprankelmuur” plakken. Bekijk dan samen: hoe krijg ik die klaagmuur naar beneden, maar vooral: hoe versterk ik wat er op de sprankelmuur staat.’
  5. Zoek naar mogelijkheden om de leuke kanten van je vak te beoefenen: ‘Als je het mooiste aan je werk patiëntcontact vindt, kijk dan of je administratieve klussen bijvoorbeeld naast de patiënt kunt doen, in plaats van in een kamertje achteraf. Bespreek met collega’s wat je leuk vindt om te doen. Wellicht vind je het sociale het leukst, je collega de verpleegtechnische handelingen en staat de ander familie graag te woord. Dan kun je afspreken dat jullie een verdeling maken waar iedereen zich het prettigst bij voelt.’
  6. Geef elkaar complimenten: ‘Commentaar komt harder binnen en blijft langer hangen dan complimenten. De verhouding is zelfs vijf staat tot één: tegenover elk puntje van kritiek moeten vijf complimenten staan om het “recht te trekken”. Dus het is belangrijk om te kijken naar wat er wél goed gaat. Maak bijvoorbeeld aan het begin van het teamoverleg een rondje zodat iedereen kan benoemen wat er wél goed gaat. Ik geef verpleegkundigen ook de opdracht om elke ochtend een positieve mail of app naar een collega te sturen. Dat voelt in het begin wat onwennig en misschien geforceerd, maar uiteindelijk gaat het makkelijker en worden zowel jij als je collega’s er blijer van. Dat komt omdat je je hierdoor meer aan elkaar verbindt. Een basisbehoefte in het hebben van werkplezier.’
  7. Vraag collega’s naar hoe zij het aanpakken: ‘Hoe kan het dat de ene verpleegkundige heel gelukkig in het werk is, en de ander niet? Dat is een interessante vraag om te onderzoeken, als je meer werkplezier wilt. Persoonlijkheid is een belangrijke factor. Verpleegkundigen scoren laag op het openstaan voor nieuwe ervaringen. Ze houden van routine, en zetten snel de hakken in het zand als er iets verandert. Als je dit herkent, kun je kijken naar collega’s die wél flexibel zijn en goed kunnen omgaan met veranderingen. Stap op hen af en vraag: “Jij gaat er veel makkelijker mee om, hoe doe je dat?” Je persoonlijkheid is niet in cement gegoten, je kunt van elkaar leren en veranderen. En op die manier meer lol in je werk krijgen.’
  8. Houd een dankbaarheidsdagboekje bij: ‘Wat je aandacht geeft, groeit. Als je altijd stilstaat bij dingen die niet goed gaan, of zaken die in de politiek worden besloten over de zorg waar je geen invloed op hebt, vreet dit energie en dit gaat ten koste van het werkplezier. Schrijf elke dag drie dingen op waarvoor je dankbaar bent, en die wel goed gingen. Zo leer je jezelf om meer oog te hebben voor de goede zaken.’
  9. Ga in gesprek met je leidinggevende: ‘Hoe meer autonomie een verpleegkundige ervaart, des te groter het werkplezier is. Dus als je zelf kunt bepalen hoe je je werk doet, haal je er meer voldoening uit. Als je vindt dat je in je autonomie beperkt wordt, kun je het gesprek aangaan met je leidinggevende. Geef aan dat je het gevoel hebt dat je wordt beperkt in je vrijheid, en vraag wat eraan gedaan kan worden. Bijvoorbeeld dat je de vrijheid krijgt om in overleg met de patiënt te bepalen of en wanneer hij wil worden gewassen. In plaats van dat dit op vaste tijden moet gebeuren.
  10. Beweeg: ‘Door te sporten of elke dag te wandelen, maken je hersenen het geluksstofje endorfine aan. Hiermee ben je weerbaarder voor teleurstellingen op het werk.’
  11. Doe een training: ‘Het is belangrijk om inzicht te krijgen wat werkplezier voor je betekent, en hoe je zelf in elkaar steekt om te snappen waarom je denkt zoals je denkt. Als je dit inzicht hebt, kun je veel meer invloed uitoefenen op je werkplezier. Hier kunnen trainingen bij helpen.’

Kijk voor meer info op: www.klappetraining.nl

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.