Aandachtspunten bij diabetes in palliatieve fase

Drie zaken waarmee je te maken kunt krijgen bij de zorg voor een diabetespatiënt in de palliatieve en terminale fase.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Aandachtspunten bij diabetes terminale fase
Verschillende medicijnen kunnen hypo's uitlokken.

1. Hypo of delier?

Een valkuil bij diabetes in de terminale fase: het verwarren van een verlaagd bewustzijn en onrust door een hypo met een delier. Bedenk dat er een verhoogd risico is op hypoglykemie bij gewichtsverlies, een onregelmatig eetpatroon, anorexie en een lever- of nierfunctiestoornis.1 Bij twijfel of het om een delier of om een hypo gaat, kun je de glucose meten.

2. Cortico’s

Corticosteroïden worden in de palliatieve en terminale fase vaak gebruikt om specifieke klachten (zoals verhoogde hersendruk, ileus, dreigende dwarslaesie) en niet specifieke klachten (zoals vermoeidheid, anorexie, therapieresistente pijn en misselijkheid) op te vangen.1 Doel is altijd om het comfort te verbeteren. Maar: corticosteroïden verhogen echter ook het risico op een hyperglykemie. Ze hebben namelijk een stimulerend effect op de koolhydraat- en eiwitstofwisseling. Ook zorgen ze voor een verminderde gevoeligheid voor het hormoon insuline. Controleer de glucosewaarden eenmaal daags, voor het avondeten. De nuchtere glucose is over het algemeen normaal bij gebruik van corticosteroïden. In de loop van de dag lopen de glucosewaardes op, om in de avond/nacht weer te dalen. Overleg met de arts of het nodig is de door de corticosteroïden oplopende bloedglucosewaarden te behandelen.

Ga ook naar de eerste blog van onze nieuwe blogger Rob Bruntink: ‘Praten over de dood: een kwestie van durven’ 

3. Diuretica en opioïden

Diuretica worden in de palliatieve en terminale zorg vaak gebruikt om oedeem in de onderste ledematen en ascitesvocht af te drijven of te verminderen. Sommige diuretica, bijvoorbeeld thiaziden en furosemide, kunnen hypoglekemie in de hand werken. Ook opioïden kunnen het risico op hypo’s vergroten. Is dit het geval bij jouw patiënt? Overleg met de arts in eerste instantie over aanpassing van de diabetesmedicatie; in de terminale fase wil je immers liever niet de pijnstilling aanpassen.

Lees ook: Diabeteszorg rondom operatie kan beter

Noot
1 Verhoeven S, Kleefstra N e.a. Diabeteszorg aan het eind van het leven. Een handleiding voor de praktijk. Langerhans, 2013.

Bronnen:
Multidisciplinaire Richtlijn Diabetes. Verantwoorde Diabeteszorg bij kwetsbare ouderen thuis en in verzorgings- of verpleeghuizen. Verenso, 2011.
Bruin A, Joosen LEJM. e.a. Verantwoorde diabeteszorg in de palliatieve en terminale fase. Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde. 2012, nummer 6.

Ford-Dunn S e.a. Management of diabetes during the last days of life: attitudes of consultant diabetologists and consultant palliative care physicians in the UK. Palliat Med. 2006.

Deze tekst komt het artikel ‘Diabetes in de palliatieve fase’, Nursing oktober 2012, geschreven door Marloes Oelen.

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.