Doodgewoon werk

Eén weekend, vier gesprekken. Het thema: de dood...

Meneer Koomen wordt gegrepen door een pneumonie. Van een pneumonie kun je winnen, die kun je met de juiste antibiotica overleven. Tenzij je 85 bent en moe, blijkt dan. Twee weken vecht meneer Koomen op onze afdeling. Plotseling laat hij zijn moed zakken. Zijn familie berust in dit lot en meneer Koomen krijgt een dormicumslaap. Na een halve dag waken, vraagt de familie om hulp. Dit mag niet langer duren. Ondanks zijn diepe, ontspannen slaap kan de familie de tekortschietende ademhaling niet verdragen. Ze snakken naar het einde.

Meneer Lichteveld heeft een uitgebreid gemetastaseerd longca. Hij heeft pijn in al zijn botten. Zijn familie wil hem niet loslaten. Met meneer Lichteveld is door de hersenmeta’s niet te praten. Van zijn familie mag hij geen morfine, want dan raakt hij te suf om te eten. Meneer Lichteveld gilt vloekend om zijn einde. Zijn dochter geeft hem een slokje nutridrink.

Mevrouw Bakker was een fulltime levensgenieter. Nu is ze patiënt. Binnen een week raakt zij van onwetend gezond tot een vrouw met kanker. Haar vooruitzichten zijn zorgelijk. Mevrouw Bakker vraagt zich af of ze werkelijk nog onderzoeken moet ondergaan. Heeft het nog zin? Vorige maand nog bezocht ze een zieke neef in een hospice; daar wil ze ook wel wachten op de dood, zegt ze. Dan staat ze op om zich te douchen, waarna ze naar de hal loopt voor een krantje. Mevrouw Bakker krijgt in 2 weken 2 keer slecht nieuws: longkanker en dan hersenmeta’s. daarna volgt een voor haar verwarrend gesprek: u bent niet ziek genoeg om dood te gaan. Met al haar zorgen, gedachten en gezwellen moet ze eerste gewoon naar huis.

Mevrouw Hamerslag (51) heeft ernstig COPD. In een jaar tijd is haar broze longfunctie gehalveerd. Ze weet dat het leven eindig is, zegt ze. Dus neemt ze geen tijd meer voor bladen voor haar mond. Ongezouten en nuchter schetst ze haar kijk op het leven. Ze geniet van haar kleinzoon op haar schoot. Dat is genoeg om niet op te geven, ook al duren haar dagen maar van 11 tot 21 uur en moet ze daar middenin even gaan liggen. Mevrouw  Hamerslag huilt dat ze nooit meer een vierdaagse zal lopen, maar zal zich naar eigen zeggen neerleggen bij de dood: ‘Als-ie komt hoor. Misschien duurt dat nog wel een paar jaar. En ondertussen kijk ik naar mijn kinderen en man: wie heeft het beter dan ik?’

Wat een verhalen. Wat een gedachten. Wat een baan.

5 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. En dat is nou net het toefje slagroom op de taart. Dit is waarom ik zo van het vak hou. Dat je een klein stukje mee mag lopen in het leven van je patiënten en dara je bijdrage aanmag leveren. Maar het maakt ook dat je zelf anders in het leven komt te staan, je leert te relativeren. Wat een rijk mens je bent als je gezond bent, dat is toch waar het om draait in het leven.

  3. Die verwijzing naar het artikel ‘Ziekenhuisartsen moeten leren praten over lijden en dood’ is me uit het hart gegrepen. Dat niet kunnen/durven communiceren over de dood blijft een naar fenomeen. Op mijn blog boekenoverdedood.blogspot.com selecteer al jaren elk kwartaal drie boeken die dat taboe proberen te doorbreken. Deze maand was ik vooral getroffen door een uitgave met de simpele titel ‘Doodgaan’ (auteur: Jacques Koch) misschien vooral om de flaptekst meteen het onderwerp minder zwaar en makkelijk bespreekbaar maakt: “Dus u gaat dood? Niet leuk, maar ook niet bijzonder. Wereldwijd houden dagelijks 150.000 mensen op met leven. Dat zijn er ruwweg honderd per minuut.” Tsja, meer van dat soort boeken graag, en vaker die lichte toon (zoals Robert Pool en Anne-Mei The dat in de jaren negentig zo goed beheersten), dat zou denk ik een betere communicatie bevorderen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.