Zo reageer je op ‘Zuster, ik wil niet meer’

Als iemand tegen je zegt ‘ik wil niet meer’ is dat een heftige boodschap, waar emotionele verhalen achter kunnen zitten. Hoe reageer je? Vier deskundigen geven praktische adviezen.
zelfdoding.jpg
Foto: iStock

‘Niet meteen geruststellen’

Bart Cusveller, docent en onderzoeker Verpleegkunde en Zorgethiek aan hogeschool Viaa in Zwolle:

‘Begin met uitzoeken wat die persoon precies voelt. Het is begrijpelijk als je iemand meteen gerust wilt stellen. Bijvoorbeeld door te zeggen dat zoon of dochter toch langskomt. Maar dat is niet verstandig. Misschien voelt het contact met zoon of dochter voor je cliënt niet prettig. En dan praat je cliënt na jouw goedbedoelde opmerking misschien niet meer zo makkelijk. Dus: eerst luisteren. Zoek een moment waarop je alleen met de persoon kunt zijn. Diegene moet jouw volledige aandacht krijgen, en de zekerheid hebben dat niemand anders meeluistert. Want hij of zij heeft een emotioneel verhaal te vertellen. Zo’n moment kan bijvoorbeeld tijdens het douchen zijn. Dan ben je een tijd samen met de bewoner. Benut die tijd. Vraag aan de bewoner of hij inderdaad op dat moment erover wil praten. Zo niet, vraag wat dan wel een prettig moment is. Ook belangrijk: ga op zoek naar nieuwe contacten voor de bewoner. Dat nare gevoel komt vaak voort uit een gebrek aan relaties. Familie en vrienden vallen weg, er is minder contact met buren, of je cliënt kan niet meer naar activiteiten. Misschien wil een vrijwilliger wel met de cliënt wandelen, of samen een hond uitlaten. Vraag aan je collega’s welke tips voor contacten zij kunnen geven.’ 

‘Informeer familieleden’

Bert Keizer, specialist ouderengeneeskunde bij de Levenseindekliniek:

‘Verzorgenden hebben een timmermansoog voor wat mensen meemaken. Vertrouw op je waarneming en laat anderen zo duidelijk mogelijk weten wat de bewoner of cliënt doormaakt. Als je in een verpleeghuis werkt, vertel op de teamvergadering wat je opvalt. Aan de bewoner merk je of je meteen moet handelen of dat je bijvoorbeeld een paar dagen later kunt overleggen. Heb je ook maar een beetje het gevoel dat iemand meer hulp nodig heeft, vertel dat aan je teamleider. Bel ook zo snel mogelijk de familie. Niet alleen om hen te informeren, maar ook om hen de kans te geven hun gevoelens te delen. Cliënten en familieleden hebben meestal één verzorgende waar ze het liefst mee praten. Vraag wie dat is en zorg dat ze die verzorgende snel kunnen spreken.’   

‘Zoek naar zelfredzaamheid’ 

Hans Becker, ouderenzorgvernieuwer en voormalig bestuursvoorzitter Humanitas:

‘Als iemand zegt, “ik wil niet meer”, komt dat meestal doordat iemand zich afhankelijk voelt. Als je drie maanden door iemand anders gewassen wordt, kan je achteruitgang heel confronterend zijn. Zoek naar manieren waardoor iemand weer voor zichzelf kan zorgen. Kan je cliënt niet zijn hele lichaam meer wassen? Geef hem in ieder geval de kans om de bovenkant zelf te wassen. Dan duurt het maar wat langer. Geef een bewoner ook meer huishoudelijke taken. Zo erg is het toch niet als een kopje breekt? Eerst mensen zelf alles laten proberen en pas als het echt niet gaat, kijken hoe je kunt ondersteunen. Dan ervaren mensen meer waarde in hun leven en verdwijnt het gevoel van geen zin meer. Ook een huisdier laat levensmoeheid verdwijnen.’ 

‘Stel open vragen’

Marinus van den Berg, auteur en voormalig verpleeghuispastor:

‘Je mag tegen de ander zeggen dat je schrikt. Dat is juist goed, want je laat zien dat je de ander serieus neemt. Wanneer iemand zegt dat hij het niet meer ziet zitten, is dat een roep om hulp. Dus stel vragen. Een goede vraag is bijvoorbeeld: ‘Waarom zegt u dat nú?’, met de nadruk op nu. Zo’n vraag geeft iemand de gelegenheid om zijn verhaal te vertellen. Open vragen zijn meestal handiger dan gesloten vragen. Dus vragen waar je cliënt meer op kan antwoorden dan “ja” of “nee”. Een gesloten vraag die wel belangrijk is: heeft u dit tegen iemand anders gezegd? Met het antwoord kun je beter inschatten of iemand zich alleen vandaag niet prettig voelt, of al weken. Niet doen: gevoelens uit iemands hoofd proberen te praten. Je helpt iemand het beste als je rekening houdt met bestaande gevoelens, en dat lukt alleen als je veel vragen stelt. Zo ontdekte ik waarom een man worstelde met het leven. Hij kon niet omgaan met afhankelijkheid in een verpleeghuis, omdat hij heftige oorlogssituaties had gemaakt: een razzia, hongersnood, opsluiting, medegevangen die doodgeschoten werden. De les die ik en de verzorgenden leerden: nog duidelijker maken aan deze man wat hij per dag kon verwachten, aan zorg, aan activiteiten. Zodat hij de garantie kreeg dat er niets gebeurde wat hem kwaad kon doen.’    

Dit artikel komt uit de nieuwste editie van Tijdschrift voor Verzorgenden, hét vakblad voor verzorgenden in de VVT. Klik hier voor een abonnement >>

3 REACTIES

  1. Lees alle reacties
  2. Mijn eerste reactie op zo'n noodkreet is vaak de vraag: 'Wat bedoeld u precies?' of 'Wat wilt u niet meer?'. Als iemand zoiets zegt denken wij vaak dat iemand dood wil en de vraag is nog maar of dat echt zo is.Vaak is het zo dat iemand niet persé dood wil maar het leven op deze (b.v. afhankelijke) manier niet wil. Dan kun je samen onderzoeken wat er anders zou kunnen.
    Soms kom ik ook tot de ontdekking dat het gaat om iets wat veel minder beladen is. Dan heeft iemand een enorme behoefte aan een echt luisterend oor, zonder oordeel, zonder mening, zonder adviezen, gewoon oprecht met al je aandacht luisteren naar wat de ander bezighoudt en doorvragen op de beleving.
    Als zorgverleners zijn we gewend mensen te helpen en liefst ook problemen op te lossen. Een prima eigenschap en tegelijkertijd ook onze valkuil: invullen voor de ander omdat we zo graag willen helpen en ervan uitgaan dat we al snappen wat de ander bedoeld.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.