‘Gelukkig heb je je wenkbrauwen nog.’ Goed bedoeld, maar niet helpend. Een oncoloog tekende uitspraken op waar patiënten met kanker niets aan hebben, of waardoor ze zich juist nog eenzamer voelen.
Wil jij je kennis over kanker vergroten met praktische en actuele verdieping in de zorg vóór, tijdens en ná de behandeling? Kom dan naar het congres Zorg bij kanker op 5 juni 2026 in Veenendaal.
In dit artikel zet internist-oncoloog Erik Muller 5 valkuilen en tips rond uitspraken op een rij.
1. Zinnen die beginnen met: ‘Gelukkig’
Muller: ‘Iedereen die iets heftigs meemaakt, of dat nu een ziekte, een scheiding of het verlies van een ouder is, wil erkenning voor zijn beleving.
Dus als iemand met kanker zegt hoe vreselijk ze het vindt dat ze kaal is geworden door de chemo, dan helpt het niet om de positieve kant te belichten, zoals: “Gelukkig heb je je wenkbrauwen nog”. Daarmee erken je niet de beleving van de kaalheid.
Dus adviseer omstanders de pijn van de patiënt te erkennen, in plaats van hem weg te poetsen. Om het ongemak en de pijn van het moment te ondergaan, en iets te zeggen als: “Dat ís ook heel naar voor je.”’
2. ‘Hoe is het?’
Muller: ‘Op zich is dit een logische vraag, maar je vraagt meteen naar àlles, en dat is heel veel voor iemand die worstelt met een ziekte en het hele proces daar omheen. Probeer het kleiner te houden, en vraag liever: “Hoe is het vandaag?”
Deze vraag is behapbaar. En de manier waarop iemand hierop antwoordt, vertelt al hoe het gesprek verder kan verlopen. Dus als de cliënt luchtig reageert, kan de ander dit spiegelen. Dat is een goede manier om af te tasten hoe iemand met zijn ziekte om wenst te gaan.’
Hoe geef je optimale zorg bij kanker?
Versterk je kennis tijdens het congres Zorg bij kanker op 5 juni 2026 in Veenendaal. Met onder andere:
- Communicatie over behandelgrenzen & palliatieve zorg.
- Pijn bij kanker: signaleren, behandelen en begeleiden in de praktijk.
- Patiënt gehoord en gezien binnen de tijd. Hoe dan?!
Voor meer informatie over de sprekers en het programma, klik hier.
3. ‘Het belangrijkste is dat je positief blijft’
Pas ook op met uitspraken als ‘je moet niet opgeven’ en ‘blijf vechten’.
Muller: ‘Het is een misverstand dat “vechten” en “positief blijven” invloed heeft op het resultaat van een behandeling. Een positieve mindset kan de levenskwaliteit beïnvloeden, maar dat is iets anders dan genezing.
Het gevoel dat ze altijd optimistisch móéten zijn, maakt het voor veel patiënten alleen maar zwaarder. In een moeilijke periode is het volkomen normaal om ook angst, verdriet of boosheid te ervaren.
4. ‘Je moet erover praten’
Net als dat niemand een patiënt kan dwingen om hoopvol en veerkrachtig te zijn, is het ook niet aan de ander om te bepalen dat een patiënt moet praten of zijn emoties moet doorleven. Ontraad daarom uitspraken als ‘Je moet erover praten’ of ‘Alles opkroppen is niet goed voor je’.
Muller: ‘De een zal veel over zijn situatie praten en openlijk huilen, de ander keert in zichzelf en verwerkt het stilletjes. Veer mee op wat de cliënt aangeeft en dring niet aan. Ik zei altijd tegen mijn patiënten: De beste manier, is úw manier.’
5. ‘Mijn oom had ook [ziekte] en die was er zo weer bovenop’
Muller: ‘Veel mensen met kanker die ik sprak voor mijn boek, zeiden hetzelfde: “Het gaat in gesprekken meer over de ander, dan over mij.”
Het is begrijpelijk dat je de neiging hebt om uit ongemak of zenuwen veel te gaan praten, of je probeert voor te stellen waar jíj behoefte aan zou hebben, als je kanker zou hebben. Maar dan gaat het weer om jou en niet om de ander. Dus probeer jezelf even “uit” te zetten als je iemand met kanker spreekt, neem je voor om vooral te luisteren en durf stiltes te laten vallen.’

Geef je reactie
Om te kunnen reageren moet je inlogd zijn. Inloggen Ik heb nog geen account