Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties3

Gastblog Zoë over racisme: ‘Hij vroeg me geen ‘buitenlanders’ meer in te plannen’

Gastblogger Nursing
Gastblogger Nursing wordt wisselend ingevuld, in de vorm van gastbijdragen op Nursing.nl, van mensen die één- of tweemalig iets kwijt willen. Wil jij ook eens een gastblog schrijven? Stuur 'm naar nursing@bsl.nl o.v.v. 'gastblog' en wie weet selecteert de redactie 'm voor publicatie.
Zoë* is een witte vrouw, als een van de weinigen bij de thuiszorgorganisatie waar ze werkt. Het valt haar op dat er veel racisme is in de zorg. Ook ontbreekt het veel witte zorgverleners aan een krachtige anti-racistische houding of maken ze zich zelfs ronduit schuldig aan racisme.
Foto: ANP

Kort geleden belde een witte man op naar ons kantoor. Ik kende deze man al, tijdens zorgmomenten heeft hij zich meerdere keren negatief uitgelaten over mijn collega’s van kleur. Omdat ik ook wit ben, dacht hij waarschijnlijk dat ik mee zou gaan in zijn verhaal. Op een samenzweerderige toon zei hij tijdens de zorgverlening dat hij blij is dat ik er ben en niet ‘zo’n vrouw met hoofddoek’. Mijn collega’s met hoofddoek zouden niet weten wat zij doen. Ik gaf hem te kennen hier niet van gediend te zijn en heb er melding van gemaakt op kantoor. Er kwamen ook andere meldingen binnen van collega’s van kleur, die de zorgverlening bij deze man erg vervelend vonden door zijn opmerkingen.

Tijdens het telefoongesprek draaide hij er niet omheen: hij vroeg of er voortaan geen ‘buitenlanders’ meer ingepland konden worden, want dat vond hij maar niks. Ik vertelde hem dat wij niet discrimineren en dus niet aan zijn wens kunnen en willen voldoen. Na dit telefoongesprek is er niet veel veranderd. Hij blijft dergelijke opmerkingen maken en wij mogen niet stoppen met de zorg, omdat we een zorgplicht hebben. Toen ik dit voorval besprak met mijn collega’s van kleur, gaven zij aan dat zij hem een racist vinden en dat ze blij zijn dat ik hem telefonisch te woord had gestaan, zodat zij dat niet hoefden te doen.

Ik was nieuwsgierig naar wat mijn witte collega’s hiervan vonden, en heb de situatie ook aan hen voorgelegd. Een collega vond hem ‘zielig’. Ze zei dat ouderen gedurende hun leven nu eenmaal minder te maken hebben gehad met zwarte mensen, dat sommigen zelfs nog nooit iemand van kleur hebben gezien. En dat wij daar als zorgverleners ook rekening mee moeten houden. Ze haalde een voorbeeld aan van haar vorige baan, waarbij een terminale zorgvrager thuiszorg kreeg van een zwarte verpleegkundige. Zij deed alles goed en was heel bekwaam in haar werk, maar toen zij een keer ’s nachts aan het bed van de cliënt stond om hem te verzorgen, schrok hij zo van haar dat hij er zelfs nachtmerries van zou hebben gekregen. De volgende dag belde de vrouw van deze man op om door te geven dat zij deze verpleegkundige niet meer wilden en daar werd ook gehoor aan gegeven, want ‘het was zo zielig voor hem’. Hoe het voor de verpleegkundige zelf was geweest om tijdens haar werk met racisme te worden geconfronteerd, daar werd in haar verhaal geen aandacht aan besteed.

Deze voorbeelden staan niet op zichzelf. Maar het probleem ligt niet alleen bij de zorgvragers die zich racistisch uiten. Een groot probleem is dat er ook witte zorgverleners zijn die dit doen. Al tijdens de opleiding wordt dit duidelijk. Zo herinner ik mij een van de eerste lessen tijdens mijn verpleegkunde-opleiding, die ging over het wassen van zorgvragers op bed. Op mijn school oefenen we dit op poppen. We hebben overwegend witte poppen, maar ook enkele zwarte. Na de les verscheen er in de groepsapp van mijn klas een foto van een aantal witte klasgenoten. Zij hadden een groepsselfie genomen met de zwarte pop, in hun ogen kennelijk een lachwekkende rariteit, allemaal lachend met hun duimen omhoog. Vervolgens hadden ze de foto gedeeld in de groepsapp van de klas met lachende smileys erbij. De reacties van mijn klasgenoten bestonden ook uit lachende smileys. Dat zijn dus de (toekomstige) witte zorgverleners, die zwarte poppen als lachwekkend zien en indirect zwarte mensen belachelijk maken via groepsapps. Die weigeren ze te wassen en hier openlijk voor uitkomen, alsof het normaal is.

Bij de thuiszorgorganisatie waar ik werk, hebben wij veel zorgvragers die een andere afkomst hebben dan de Nederlandse. Zorgvragers kunnen zichzelf bij ons aanmelden, maar komen voornamelijk bij ons binnen via ziekenhuizen en huisartsen. Het viel mij op dat andere thuiszorgorganisaties juist voornamelijk zorgvragers hebben met wit-Nederlandse achternamen. Uit een gesprek met een verpleegkundige van een grote thuiszorgorganisatie blijkt dat dergelijke grote organisaties veel aan ‘selectie aan de poort’ doen. Overdag komen de aanvragen binnen bij een wijkverpleegkundige, die uiteindelijk bepaalt of een zorgvrager in de zorg kan komen. Het verschilt dan per vestiging, en eigenlijk per wijkverpleegkundige, of zorgvragers met een andere dan wit-Nederlandse achternaam in de zorg worden genomen. Buiten kantoortijden komt de aanvraag binnen bij een overkoepelend contactcentrum. Hier wordt volgens de verpleegkundige die ik heb gesproken voortdurend aan selectie aan de poort gedaan, waarbij niet-witte mensen dus vaak worden geweigerd.

Er zijn dus organisaties die misbruik maken van hun machtspositie om zorgvragers al dan niet af te wijzen. Zorgverleners en zorgorganisaties moeten zich altijd bewust zijn van hun machtspositie. Zorgvragers zijn afhankelijk van hun kunde en kennis. Hierbij zou geen onderscheid gemaakt moeten worden tussen zwarte en witte zorgvragers, maar dit gebeurt overduidelijk wel.

Het is daarom belangrijk dat je als witte zorgverlener je witte collega’s wijst op hun racisme. Zorgvragers zouden zich nooit hoeven af te vragen of zij anders behandeld worden, omwille van hun huidskleur, hun achtergrond en hun achternaam. Tegelijkertijd moeten witte zorgverleners alert zijn op racisme jegens niet-witte collega’s. Als een zorgvrager zogenaamde grapjes maakt of zich kwetsend uitlaat over een collega, blijf dan niet stil, maar benoem diens racisme. Accepteer het niet en laat je collega’s zien dat zij er niet alleen voor staan.

*Vanwege privacyredenen is de naam van Zoë gefingeerd.

3 REACTIES

  1. Met mensen kun je praten.Iets over jezelf vertellen.Je kunt hen een vraag stellen,om er achter te komen,waarom zij zo’n plezier hadden met de geleurde pop.
    Toen ik 6 jaar was kreeg ik een nieuwe pop.Zij was donkerbuin,met dik haar en een rood mondje.

  2. Lees alle reacties
  3. Het valt me op,dat je je klasgenoten wit noemt.
    Heb je hen dan er op zitten bekijken, welke kleur zij hadden?
    Het zijn je klasgenoten,En of zij nu rood haar hebben of zwart zijn,of groen haar hebben,of blauw haar,of dat zij erg wit zien, het blijven mensen.Mensen bestaan uit meer dan alleen hun uiterlijke kenmerken.Een dikke neus, een scheefstaand oog, een prachtig gevormde mond.

  4. Ik vind het heel erg als dit gebeurt rassen discriminatie. Gelukkig is de jongere geeratie er iets beter in elkaar te accepteren wie we zijn. Laten we opkomen voor elkaar en kijken naar wat we willen en hoe we elkaar aanvullen. Laten we opstaan voor gelijke rechten en gelijkheid voor en in alles

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.