Haldol bij stil delier: onvoldoende bewijs

Er is weinig bewijs voor de effectiviteit van haloperidol bij een stil delier. Pas als niet-medicamenteuze interventies onvoldoende werken, moet dit antipsychoticum worden ingezet. Dat concluderen onderzoekers in Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde.
stil delier
Zet eerst niet-medicamenteuze interventies in bij patiënten met stil delier (foto: Arno Massee)

Antipsychotica zoals haloperidol (Haldol®) kan agitatie en gevaarlijk of probleemgedrag bij delirante patiënten verminderen. Dat is nuttig bij patiënten met een onrustig delier, maar patiënten met een stil delier hebben die symptomen meestal niet. Het is daarom de vraag of het zinvol is om haloperidol te geven bij een stil delier. Dat stellen onderzoekers aan de hand van een literatuurstudie. De resultaten publiceerden zij eind juli in Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde.

Patiënten met een stil of hypoactief delier worden vaak gezien als ‘makkelijke patiënten’. Daardoor wordt een stil delier vaak pas later herkend – en behandeld. Download de poster over de verschillen tussen hyperactief en hypoactief delier

Van streek na delier

Of haloperidol effectief is bij oudere patiënten met een stil delier, is niet of nauwelijks onderzocht. Bestaande studies richten zich op delier in het algemeen, en dus niet specifiek op hypoactief delier. Er is één uitzondering: in 2009 zijn de ervaringen onderzocht van patiënten die een stil delier hadden gehad en die zich dit konden herinneren. Deze patiënten waren achteraf van streek over hun delier, ondanks dat zij antipsychotica hadden gekregen.

Uit de andere studies – die dus niet specifiek over stil delier gingen – bleek dat antipsychotica geen invloed hebben op de duur of ernst van een delier of de opnameduur. Patiënten waren ook niet minder overstuur wanneer zij antipsychotica gebruikten.

Behandeladvies

De onderzoekers raden aan om bij patiënten met een hypoactief delier eerst de onderliggende oorzaken op te sporen en zo mogelijk te behandelen. Daarbij kunnen de gebruikelijke niet-medicamenteuze interventies worden ingezet, zoals een klok ophangen, bekende voorwerpen in de kamer plaatsen, de bezoektijden verruimen of cognitieve oefeningen. Pas als die interventies niet werken, is het aan te raden om de om de ouderenpsychiater, specialist ouderengeneeskunde of klinisch geriater in consult te vragen alvorens te beginnen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.