Helft verpleegkundigen is niet klaar voor tweede coronagolf

Veel verpleegkundigen in Nederland zijn moe, prikkelbaar en gespannen als gevolg van de coronapiek van afgelopen voorjaar. De helft is niet klaar voor een tweede golf. Dit blijkt uit een enquête van Nursing onder bijna 3000 verpleegkundigen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Verpleegkundigen in het trappenhuis van het ziekenhuis
Foto: Arno Massee

Vermoeid, prikkelbaar en gespannen: een groot deel van de Nederlandse verpleegkundigen ervaart nog steeds de gevolgen van de coronapiek van afgelopen voorjaar. Sommigen zitten ziek thuis met een burn-out of zijn herstellende omdat ze zelf covid-19 hebben gehad. De helft is nog niet klaar voor een tweede coronagolf. Dat blijkt uit een enquête van Nursing onder bijna 3000 verpleegkundigen.

De Vlaamse ZorgSamen Barometer bevestigt dit beeld: ook zorgverleners in Vlaanderen hebben nog last van onder andere vermoeidheid en concentratiestoornissen.1

Verpleegkundigen zijn nog aan het bijkomen, maar de reguliere zorg is weer opgestart en in de zomer was het extra hard werken om de gaten in de roosters te vullen. Met de griepgolf en dit jaar mogelijk ook een tweede coronagolf in het vooruitzicht, is het niet gek dat 1 op de 2 verpleegkundigen zegt daar niet klaar voor te zijn.

Geen rooskleurig beeld

Het beeld dat naar voren komt uit de Nursing-enquête is niet rooskleurig. 8 op de 10 verpleegkundigen zijn bang dat er een tweede golf komt, maar slechts 1 op de 10 denkt dat de zorg in Nederland klaar is voor die tweede golf.

Wel zegt 38% dat hun afdeling of team er klaar voor is. Een veel gegeven reactie is dat de protocollen voor een tweede golf weliswaar klaar liggen en de organisatie zich heeft voorbereid, maar dat de verpleegkundigen zelf onvoldoende zijn opgeladen. ‘De directie is er misschien klaar voor, maar de verpleging zeker niet’, vat een van de respondenten het samen.

Posttraumatische stress

Onlangs waarschuwde medisch psycholoog Annemiek Nooteboom al dat het zorgpersoneel uitgeput is.2 Nooteboom begeleidde de afgelopen maanden personeel van het Amsterdam UMC. Een deel heeft nog last van klachten zoals vermoeidheid, overprikkeling en slaapproblemen. Sommigen hebben zelfs symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS), zoals herbelevingen overdag.

De Nursing-enquête onderstreept dit. Maar liefst 67% van de verpleegkundigen geeft aan zich nog steeds vermoeider te voelen dan vóór de coronapiek. Ongeveer de helft is ook gespannen en prikkelbaar. ‘Als ik thuis kom van werk heb ik weinig tot geen energie om iets te ondernemen’, reageert een van de respondenten. ‘De kleinste dingen kunnen nu de emmer doen overlopen. Ik ben flink emotioneler.’

Aanslag op de gezondheid

De coronapiek was om verschillende redenen een aanslag op de mentale en fysieke gezondheid van verpleegkundigen. Ongeveer de helft zegt in het voorjaar meer te hebben gewerkt dan normaal, en 68% vond de werkdruk hoog. Daarnaast vond drie kwart het werken in beschermende kleding fysiek zwaar.

Een net zo grote groep ervoer een hoge emotionele belasting. ‘Slapen lukte niet’, vertelt een van de respondenten, ‘elke nacht lag ik te malen wat ik de volgende dag zou aantreffen. Hoeveel patiënten zullen er sterven, hoeveel gaan er naar de ic, hoeveel ethische dilemma’s zullen we hebben?’

‘Ik heb nog nooit zoveel patiënten op één dag zien overlijden. Nooit eerder patiënten zo snel achteruit zien gaan. En dat alles zonder hun familie, het raakt me diep.’ Verpleegkundige Ashley blikt terug op de zorg voor covid-patiënten in de podcast Nursing Impact.

De vele overlijdens, vaak zonder familie erbij, hakten er stevig in bij de verpleegkundigen. ‘Ik heb nog regelmatig pijn in mijn hart als ik terugdenk aan het overlijden van een bewoner’, vertelt een verpleegkundige in een verpleeghuis. ‘In zijn laatste levensuur was hij alleen, omdat het juist op het drukste moment van de avonddienst gebeurde. Door de glazen deur zag ik nog zijn angstige ogen, maar voordat we omgekleed waren, was hij overleden. Dit is niet waar ik voor gekozen heb toen ik de zorg inging.’

Sectoren

Elk werkveld kende verder zijn eigen emotionele uitdagingen. Verpleegkundigen in het ziekenhuis voelden zich vaak machteloos. ‘Ik kon alleen zuurstof en morfine geven, verder was het hopen dat het muntje de goede kant op zou vallen’.

Vanwege het grillige ziektebeeld van covid-19 konden ze niet vertrouwen op hun klinische blik. ‘Patiënten kregen 15 liter zuurstof en konden nog praten,’ vertelt een verpleegkundige die werkte op een covid-afdeling. ‘Ze oogden niet ziek – dat is ongekend. Maar dan lieten we een bloedgas bepalen en moest de patiënt ineens met spoed naar de ic om geïntubeerd te worden. Voor contact met de familie was dan geen tijd meer. (…) Erg heftig om mee te maken.’

‘Mijn gevoel zei dat ik fout bezig was om onbeschermd van cliënt naar cliënt te gaan’

In de wijkverpleging hadden veel verpleegkundigen te maken met angsten en onzekerheden vanwege de tekorten aan persoonlijke beschermende middelen (PBM). In het begin ontbraken de mondkapjes vaak helemaal, later werden ze gerantsoeneerd.

In sommige instellingen mochten mondkapjes helemaal niet gedragen worden. ‘Zorgde je zelf voor mondkapjes, dan kreeg je te horen dat het niet de bedoeling was die te dragen. Dat zou een verkeerd beeld geven’, vertelt een verpleegkundige in de wijk.

De angst om cliënten in de wijk te besmetten was groot. Een andere verpleegkundige in de wijk: ‘Mijn verstand en gevoel zei dat ik fout bezig was om onbeschermd van cliënt naar cliënt te gaan. Ondertussen verdedigde ik het RIVM-beleid naar ongeruste cliënten.’

‘Ik vond het nog het moeilijkste om mensen van in de 90 op te moeten sluiten

De angst om kwetsbare ouderen te besmetten speelde ook in de verpleeghuizen. Daarnaast kwamen daar veel extra taken op de verpleegkundigen en verzorgenden neer omdat mantelzorgers en zorgverleners zoals fysiotherapeuten en psychologen niet naar binnen mochten.

Het bezoekverbod viel verpleegkundigen in de verpleeghuizen erg zwaar. ‘Van de hele coronacrisis vond ik het nog het moeilijkste om mensen van in de 90 op te moeten sluiten. Keuze hadden ze niet.’

Geen tijd om op te laden

‘We zijn meer dan ooit toe aan vakantie’, meldt een van de respondenten van de Nursing-enquête. ‘De rek is eruit. Ik moet er niet aan denken dat er nu een tweede golf komt.’ Kans om op te laden is er nauwelijks, nu de reguliere zorg is opgestart en achterstanden weggewerkt moeten worden.

In het voorjaar werden vakanties van verpleegkundigen ingetrokken en sommigen vrezen dat een tweede coronagolf hun vakantieplannen in het najaar zal dwarsbomen. Verpleegkundigen die wel vakantie hebben gehad zijn naar eigen zeggen niet allemaal voldoende uitgerust.

‘Ik ben bang dat mijn vakantie dit najaar niet doorgaat omdat de besmettingen weer toenemen’

Voor sommigen voelt het ironisch dat een tweede golf juist mede veroorzaakt zou kunnen worden door vakantiegangers. ‘Ik ben bang dat mijn vakantie dit najaar niet doorgaat omdat de besmettingen weer toenemen. Dan is iedereen lekker naar het buitenland geweest en mag mijn midweekje in Nederland weer gecanceld worden. Net zoals in maart.’

Mensen die steeds lakser omgaan met de coronavoorschriften en daarmee het risico op een tweede golf vergroten, vormen een bron van frustratie voor veel verpleegkundigen die de Nursing-enquête invulden. ‘Dat is heel begrijpelijk’, vindt Buijssen, ‘maar je hebt er niks aan. Die irritatie is juist een extra bron van stress.’

‘Het kan helpen te bedenken waarom anderen zich niet aan de regels houden. Dat is met name omdat mensen van nature niet het doorzettingsvermogen hebben om veeleisend gedrag langere tijd vol te houden – denk maar aan de goede voornemens in januari.’

Ondersteuning door werkgevers

Eind juli bleek al uit een poll van Nursing dat de helft van de verpleegkundigen die op een covid-afdeling hebben gewerkt, dat bij een tweede golf niet meer zou willen.4 Daarbij speelt niet alleen fysieke en mentale vermoeidheid een rol, maar ook het gevoel niet gewaardeerd te worden.

Bijna de helft van de respondenten zegt boos te zijn. De boosheid is gericht op mensen die zich niet aan de coronamaatregelen houden, maar zeker ook op de politiek en werkgevers. ‘Mijn werkgever heeft zeer gefaald’, vindt een van de respondenten. ‘Ze komen aan met cadeautjes, maar zijn niet in staat genoeg mondkapjes te regelen zodat ik veilig mijn werk kan doen.’

Waardering

Een aantal Nederlandse verpleegkundigen noemde in de Nursing-enquête dat managers tijdens de coronacrisis ineens veel minder op de werkvloer te zien waren. En dat terwijl de rol van de werkgever erg belangrijk is in de opvang van zorgverleners bij moeilijke gebeurtenissen. Dat beschrijft Buijssen in zijn recente boek Collegiale ondersteuning en peer support.5

Naast interesse tonen is praktische steun vanuit de leidinggevende belangrijk

‘Een getroffene redeneert doorgaans: dit overkwam me doordat ik me inzette voor mijn organisatie. Nu wil ik dat de organisatie er voor mij is en zich om mij bekommert.’ Het kan teleurstellend zijn als die steun uitblijft.

Steun vanuit de leidinggevende hoeft overigens niet de vorm van een moeilijk gesprek te hebben, weet Buijssen. ‘Alleen al vragen hoe het gaat, is enorm helpend. Dan weet je dat je leidinggevende aan je denkt en er voor je wil zijn.’ Praktische steun is daarnaast belangrijk, bijvoorbeeld flexibele roostering of voldoende beschermende middelen.

Liefde voor het vak

Voor sommigen is onderwaardering vanuit politiek en werkgevers zelfs reden om de zorg te willen verlaten. ‘De Nederlandse politiek heeft 3 keer tegen salarisverhoging voor verpleegkundigen gestemd. Ik kan het niet meer opbrengen om me extra in te spannen’, meldt een van de respondenten. ‘De minachting vanuit de politiek maakt dat ik niet meer gemotiveerd ben. Ik denk erover om te stoppen.’

Volgens de ZorgSamen Barometer denken méér Vlaamse zorgverleners dan normaal eraan om te stoppen met hun beroep. Een derde van de deelnemers aan de Nursing-enquête zegt dankzij de coronacrisis minder van het verpleegkundig vak te zijn gaan houden. 1 op de 10 zegt het vak te willen verlaten.

‘Covid heeft veel veranderd, maar niet de trots en liefde waarmee ik mijn vak uitoefen

Gelukkig is meer dan de helft nog even blij met het vak als voorheen. Een kleinere groep (15%) is zelfs meer van het vak gaan houden en kijkt met een positief gevoel terug op onder andere hun persoonlijke ontwikkeling en de saamhorigheid in het team. Een van de respondenten: ‘Ik ben zuster in hart en nieren. Covid heeft veel veranderd, maar niet de trots en liefde waarmee ik mijn vak uitoefen.’

De enquête

2857 respondenten vulden de enquête in, waarvan 2431 volledig. De helft van hen werkt in het ziekenhuis (8% op de ic, 42% daarbuiten), 21% in de wijkverpleging en 17% in het verpleeghuis. De revalidatiesector, gehandicaptenzorg en GGZ zijn minder sterk vertegenwoordigd (respectievelijk 5, 3 en 4%).

55% is hbo-opgeleid, 30% is mbo-opgeleid, 8% is inservice opgeleid en 7% heeft een ander opleidingsniveau. 9 op de 10 respondenten zijn vrouw. De enquête is gepromoot op Nursing.nl, op sociale media en in de Nursing nieuwsbrief.

Bronnen
1 De ZorgSamen Barometer, 29 juni 2020
2 Aarts F, ‘Verpleegkundigen zijn nog niet klaar voor tweede coronagolf’, Nursing.nl, 31 juli 2020
3 Webinar De ZorgSamen, 2 mei 2020
4 Wapenaar J, Uitslag poll: helft verpleegkundigen die werkten op covid-afdeling wil dat niet meer, Nursing.nl, 27 juli 2020
5 Buijssen H, Collegiale ondersteuning en peer support na een overweldigende ervaring, Buijssen Training en Educatie, april 2020
6 Wapenaar J, Slecht slapen door je werk, wat doe je eraan? Nursing-magazine februari 2020
7 Buijssen H, Overeind blijven in tijden van het coronavirus, 2020

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.