Versterk medicatie-effect door juist te communiceren

Door goed te communiceren over medicatie kun je de verwachtingen van patiënten én de werkzaamheid van medicatie beïnvloeden. Vandaag promoveert gezondheidspsycholoog Kaya Peerdeman op dit onderwerp. Nursing stelde haar vier vragen.
verpleegkundige geeft medicatie aan patiënt
Met wat je zegt kun je de effectiviteit van medicatie beïnvloeden.

In haar promotieonderzoek bestudeerde Peerdeman* onder andere het effect van instructies en verbeelding op pijn. In een van de studies moesten proefpersonen hun hand in een bak met ijskoud water houden – zo koud, dat het pijn doet. Wat bleek: als ze zich van te voren hadden voorgesteld dat het minder pijn zou doen met een warme, waterdichte handschoen aan, dan deed het ook minder pijn. Een interessante uitkomst, maar hoe vertaalt het zich naar de praktijk? We vroegen het aan Peerdeman.

1 Wat kunnen verpleegkundigen leren van jouw promotieonderzoek?

‘Het belangrijkste is dat je je als verpleegkundige ervan bewust bent dat de informatie die jij geeft over medicatie, de effectiviteit ervan beïnvloedt. Het gaat niet alleen maar om de werkzame stoffen van een medicijn, maar ook om de verwachtingen die de patiënt heeft. En die kun je als verpleegkundige beïnvloeden. We kennen natuurlijk het placebo-effect: dat een geneesmiddel zonder werkzame stoffen toch effect heeft, doordat iemand verwacht dat het werkt. Maar uit de literatuur blijkt dat een soortgelijk effect ook bestaat bij echte geneesmiddelen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat intraveneuze morfine een sterker pijnstillende effect heeft wanneer de patiënt weet dat er morfine in het infuus zit, dan wanneer hij daar niet van op de hoogte is.’

2 Welke informatie kun je het beste geven over medicatie?

‘Als je de effecten van medicatie wil versterken dan is het belangrijk dat je positieve informatie geeft. Een zin die je zou kunnen gebruiken is bijvoorbeeld: “Van het medicijn dat u net heeft gekregen, is bekend dat het bij veel mensen de pijn sterk verlicht.” Je moet natuurlijk wel eerlijk blijven in je communicatie. Dus baseer wat je zegt op wat er over een medicijn bekend is en op jouw eigen ervaringen als professional.’

3 Zijn er ook dingen die je beter niet kunt zeggen?

‘Ja, want het placebo-effect heeft ook een tegenhanger: het nocebo-effect.  Als je niet oplet, kun je met jouw communicatie juist negatieve verwachtingen wekken. Door te horen of lezen over bijwerkingen, kunnen patiënten daadwerkelijk meer bijwerkingen ervaren. Om dit te voorkomen zou je het liefst helemaal niks zeggen over bijwerkingen. Maar ja, zomaar informatie verzwijgen is natuurlijk geen optie. Wel zou je hierover afspraken kunnen maken met de patiënt, dat je bijvoorbeeld alleen de bijwerkingen noemt die bij veel mensen voorkomen en de zeldzame bijwerkingen niet. Maak dan wel duidelijk dat de patiënt bij plotselinge heftige  klachten aan de bel moet trekken. Ook kan het helpen om mensen te informeren over de werking van nocebo-effecten.’

Ook angst kan pijn beïnvloeden, zowel acute als chronische pijn. Hoe herken en kalmeer je een angstige patiënt? Lees het artikel ‘Bang voor OK’

4 Wat je zegt is dus belangrijk. Maakt het nog wat uit hoe je het zegt?

‘Zeker! Het helpt om warm en empathisch te communiceren – voor zover je dat nog niet doet. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat een warme, competente manier van doen het placebo-effect van een zogenaamd antiallergische crème versterkt. Vorig jaar toonde ook Nederlands onderzoek naar menstruatiepijn vergelijkbare bevindingen. Patiënten hadden de minste pijn wanneer de arts warm en empathisch was, én positieve verwachtingen schepte. Het is aannemelijk dat dit ook zo werkt voor verpleegkundigen.’

*Kaya Peerdeman is onderzoeker en docent aan de Universiteit Leiden bij de afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie. Ze verdedigt vandaag haar proefschrift Harnessing placebo effects by targeting expectancies.

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.