Nieuwe richtlijn helpt bij omgaan probleemgedrag dementie

Probleemgedrag bij dementie: nu ouderen steeds langer thuiswonen, krijgen verpleegkundigen in de thuiszorg hier steeds vaker mee te maken. Zij kunnen vanaf nu terugvallen op een nieuwe richtlijn.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Probleemgedrag ouderen dementie
Methodisch te werk gaan staat centraal in de nieuwe richtlijn (foto: Arno Massee).

Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) hebben de richtlijn samen uitgebracht. Het gaat om een herziening van de richtlijn uit 2008. De richtlijn, ook bedoeld voor verpleeghuizen, stelt methodisch en multidisciplinair werken bij probleemgedrag centraal. De richtlijn noemt probleemgedrag: ‘Al het gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon met dementie of voor mensen in zijn of haar omgeving.’ De auteurs stellen dat ‘probleemgedrag’ een beladen term is, maar dat zij er bewust voor kiezen omdat het duidelijk maakt hoe groot de opgave is om ermee om te gaan. Termen als ‘onbegrepen gedrag’ zijn minder treffend, aldus de auteurs.

Zwerfgedrag

De richtlijn benadrukt dat je als zorgverlener altijd de context mee moet nemen in het bepalen of iets probleemgedrag is of niet. ‘De bepalende factor of en in hoeverre het gedrag als probleem wordt ervaren, is niet het gedrag zelf, maar het effect van het gedrag. Identiek gedrag dat problematisch is in een bepaalde context, hoeft dat niet te zijn in een andere context. Zwerfgedrag kan thuis bijvoorbeeld problematisch zijn, maar hoeft dat in een instelling niet te zijn. In hoeverre gedrag als een probleem wordt ervaren, is afhankelijk van de context en van de waarneming en verwachtingen van de betrokkenen’, zo staat te lezen in de samenvatting van de richtlijn.

Lees ook het premium artikel: Probleemgedrag bij dementie: een puzzel

Probleemanalyse

Probleemgedrag bij dementie is in de richtlijn ingedeeld per type gedrag: psychotisch, angstig, depressief, agitatie en apathie. Per gedragstype zijn evidence based aanbevelingen opgesteld. Voorop staat, ongeacht de gedragscategorie: kies voor methodisch handelen. Eerst een zorgvuldige multidisciplinaire probleemanalyse uitvoeren, daarna samen vervolgstappen zetten. De richtlijn adviseert om vanaf het eerste contactmoment met de cliënt de regie bij één deskundige te leggen. Ze noemt de casemanager dementie (dementieverpleegkundige) als veel gekozen aangewezen persoon.

Psychofarmaca

Naast meer multidisciplinair samenwerken is psychofarmaca een aandachtspunt in de richtlijn: zorg dat je het gebruik van psychofarmaca in kaart brengt en evalueert. De richtlijn besteedt aandacht aan het bekende probleem van ‘overbehandelen’ met kalmerende middelen bij probleemgedrag. Ook bij depressie bij dementie luidt het advies: grijp niet te snel naar anti-depressiva, maar steek multidisciplinair in op een activerende aanpak.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.